Merle weet zich als secretaresse geen houding te geven tegenover Joris, haar nuchtere en vrolijke werkgever, vanwege een minderwaardigheidscomplex over haar uiterlijk. Merle mag dan geen schoonheid zijn, aardig is ze zeker. Als vrijwilligster in een ziekenhuis ontmoet ze Anton, een zwaar depressieve jongen. Maar dit leidt tot misverstanden en spanningen. Hoe kan Merle hieruit raken?